Een gebit is het samenstel van tanden en kiezen dat in de mond van een mens of de bek van een dier kan worden aangetroffen. Het gebit heeft verschillende functies. Eén van de belangrijkste functies van het menselijk gebit is het (voor)verwerken van voedsel. Voor dieren is het daarnaast ook een belangrijk aanvalswapen. Aan een gebit is te zien of een dier een carnivoorherbivoor of omnivoor is.

Ontwikkeling

De mens wordt tandenloos geboren, maar na enige maanden tot een jaar komen de eerste tanden door. Deze eerste set tanden, die over de eerste twee levensjaren in het gebit komen, vormen het zogenaamde melkgebit. Normaal gesproken in het 6e tot 12e levensjaar worden deze tanden en kiezenuitgewisseld voor een tweede gebit, het volwassen gebit dat uit meer en grotere tanden en kiezen bestaat.

Bij dieren verloopt de tandengroei vaak heel anders.

  • Een olifant heeft over zijn leven 7 generaties tanden.
  • De tanden van reptielen en haaien worden constant vervangen.
  • Van veel knaagdieren groeien de tanden het hele leven door, terwijl ze net zo hard weer afslijten.
  • Schildpadden hebben helemaal geen tanden.
  • De narwal heeft één zeer grote, eenhoornachtige tand, waarin miljoenen zenuwen lopen. Daarmee bezit deze walvissoort neurologisch gezien de meest complexe tand die we kennen.

Bouw menselijk gebit

De mens heeft tandformule s|h|k = 2|1|5, te tellen vanaf de middenlijn, zowel boven als onder, links en rechts. Dit wil zeggen dat een volwassen gebit in ieder kwadrant 5 kiezen, waarvan 2 premolaren en 3 molaren, 1 hoektand, 2 snijtanden heeft. Het melkgebit bestaat uit slechts 20 tanden. Zie ook:internationale tandnummering.